Ingecheckt in de kamer, even lekker opgefrist en wat gegeten. Daarna op tijd ons bed in, want reisdagen blijven een vermoeiend iets. De volgende dag wilden we het koninklijk paleis bezoeken, maar dat was dicht op het moment dat wij er heen ging. Tussen de middag is het namelijk 3 uur (!!!) gesloten. Dan maar het nationaal museum, ook leuk. Het was er alleen heel warm en niet zo boeiend, dus daar waren we ook zo weer weg. Onze eerste indruk van Phnom Penh was alles behalve goed. We vonden de stad ontzettend smerig en er lag overal erg veel straatvuil. We vonden het dan ook niet zo heel erg om door te reizen naar Siem Reap. Er waren nog wel wat andere dingen die we in Phnom Penh wilden zien, maar omdat we op de terugweg van Siem Reap naar het zuiden ook weer langs Phnom Pehn zouden komen, hebben we dat bewaard voor later die week.
Dinsdag 17 april hebben we de bus gepakt naar Siem Reap. De bus hadden we geregeld via het guesthouse en het zou (ja, zou) een goede bus zijn. Het ritje van 6 uur kostte ons $8 per persoon. We kwamen aan bij de bus en we zaten helemaal achteraan, naast het toilet. Op zich geen probleem zul je denken, maar de airco werkte niet achterin de bus, waardoor het er erg broeierig werd. Ook zaten we boven op de motor, dus de vloer werd gloeiend heet. We konden onze voeten niet meer op de grond zetten! Op een gegeven moment kwam er ook nog een stinkvent naast ons zitten. Hels ritje werd het dus.
Rond half 7 in de avond kwamen we aan in Siem Reap. We werden naar het guesthouse gebracht door een aardige tuk-tuk-knul. Hij vroeg ons ook of we de volgende dag naar de tempels (tempels van Angkor Wat) wilden. Nou, de dag erna hadden we daar geen zin in, maar de dag erna wel. We spraken met hem af dat we de dag erna zouden afspreken wat we wilden zien. Zo gezegd, zo gedaan, wij hadden op onze chilldag bedacht wat we allemaal wilden zien en hij was er op de afgesproken tijd om het door te spreken. We zouden 1 tempeldag doen, met zonopgang dus moesten we om 05.00 uur ’s ochtends vertrekken. We mochten dan zo lang over de tempels doen als we wilden, het zou ons maar $15 voor een hele dag rondrijden kosten!

Volgende dag, 5 uur waren we alle 3 paraat. De chauffeur, genaamd Sok, reed ons naar het punt waar we onze entreekaarten konden kopen. Om kwart over 5 ’s ochtends op de foto is geen pretje en hij wordt dan ook nog eens op je entreebewijs geprint! Rond half 6 waren we bij ’s werelds bekendste tempel; de tempel van Angkor Wat. En we waren niet de enige. Iets over 6 verscheen langzaam de zon en na de nodige foto’s konden we onze weg naar de binnenkant van de tempel vervolgen. Het was half 7 en echt bloedheet. Het was een paar minuten lopen, even zitten, even lopen, even zitten. Na het zien van Angkor Wat zijn we ook nog naar Angkor Thom, Bayon en Thom Pra geweest. Stuk voor stuk allemaal erg mooie, indrukwekkende tempels. Allemaal in hun eigen stijl. De laatstgenoemde, Thom Pra, is gebruikt als filmset; Tomb Raider.



Tegen een uurtje of 11 ’s ochtends waren we er wel weer klaar mee. We hadden de zonsopgang, en de tempels die op ons lijstje stonden, gezien. We verlangden naar het zwembad dus we zeiden tegen Sok dat we graag terug naar het guesthouse wilden. Hij vond het prima dus nog voor de middag lagen we in het zwembad. De volgende dag was ook chilldag en hebben we de bustickets geregeld voor de terugreis naar Phnom Penh. Er is een ruime keus aan busmaatschappijen hier, maar er is er een die met kop en schouders boven de rest uit steekt. We besloten om hier onze kaartjes te kopen, want we wilden niet zo’n helse rit als de heenweg. Nu moesten we $12 per persoon aftikken.
Het was een goede keus, bij binnenkomst in de bus was het er schoon, fijne stoelen, veel beenruimte, we kregen drinken en muffins en er werden Engelse films gedraaid. Een chill ritje wat ons die paar extra dollar wel waard was. Eenmaal weer in Phnom Penh hebben we ons naar een ander hostel laten brengen dan degene waar we voorheen in verbleven. Daar was het namelijk er stil en dan voel je jezelf ook zo zitten… We gingen nu naar het enige hostel in Phnom Penh met een zwembad. De privékamer was niet beschikbaar dus hebben we een nacht in de dorm (slaapzaal) geslapen. Goedkoop en wel eens leuk voor de verandering. Maar een badkamer met toilet met 6 andere mensen delen was toch niet echt iets voor ons, dus de volgende dag zijn we verhuisd naar de privékamer, want die was toen vrij.
Nadat we anderhalve dag aan het zwembad hadden gehangen vonden we dat het tijd werd voor iets educatiefs. We gingen naar de Tuol Sleng (S-21) gevangenis en martelkamer. En naar uitroeiingkamp Choeung Ek (Killing Fields). Beide werden veelvuldig gebruikt door de Rode Khmer toen deze tussen 1975-1979 aan de macht waren in Cambodja. In die paar jaar hebben ze 3 miljoen mensen vermoord, op een bevolking van 8 miljoen. Tijdens het bewind van de Rode Khmer bestond er geen individualisme, als je iets voor jezelf had was dat egotistisch en fout. Iedereen moest ‘back to basic’ en mensen die ook maar iets voorstelden in de samenleving waren de lul. Monniken, leerkrachten, artsen, ambtenaren, militairen, intellectuelen, enz. werden geëxecuteerd. Vaak zonder enige reden of voor lichte vergrijpen. Het dragen van een bril of nette (burgerlijke) kleding, of het in bezit hebben van een (buitenlands) boek, of kennis van een vreemde taal was voldoende reden voor executie.

We begonnen met Tuol Sleng. Tot 1975 was dit een middelbare school. En zoals de meeste scholen hier in Azië, bestond ook deze uit een aantal gebouwen. De Rode Khmer gebruiken gebouw A voor het veelvuldig martelen van gevangenen. De kamers (voorheen dus lokalen) waren zo’n 4 bij 3 meter en in het midden stond een ijzeren bed. Hierop werden de mensen urenlang gemarteld, tot de dood er vaak op volgde. De Rode Khmer hadden glas voor de ramen geplaatst om zo het geschreeuw van de gevangenen te dempen. In gebouw B waren er eigenhandig cellen gemaakt. Op de onderste verdieping van baksteen, en op de verdiepingen daarboven van hout. Deze cellen waren niet veel groter dan 90 bij 180 cm en de gevangenen zaten hier vaak maanden lang vastgeketend aan de grond te wachten op hun noodlot. In gebouw C waren de zogeheten massa cellen, hier lagen mensen op de grond en over elkaar heen. Ook vastgeketend.
De Rode Khmer waren, net als de nazi’s tijdens de tweede wereld oorlog, erg geordend. Ze legde alle gegevens vast en er werd van iedere gevangenen een foto gemaakt bij binnenkomst. Ook maakten ze vaak foto’s voordat er begonnen werd met martelen, en een foto daarna. Deze administratie is erg goed bewaard gebleven. Er worden ontzettend veel, soms schokkende, foto’s tentoongesteld en ook kun je formulieren inzien waarop staat wie de gevangenen waren en wat voor beroep ze hadden. Bij de bevrijding van Phnom Penh in 1979, hebben ze 7 mensen levend uit de gevangenis gehaald. Rond de 20.000 mensen, vonden hier een verschrikkelijke dood.
Na de gevangenis zijn we Choeung Ek gegaan. In de volksmond wordt dit ook wel ‘Killing Fields’ genoemd. Het ligt een aantal kilometer buiten de stad en toen we er eenmaal waren begon het ontzettend hard te regenen en onweren. Daar werd de plek ook niet gezelliger op. Hier werden de gevangenen vanuit Tuol Sleng heen gebracht om geëxecuteerd te worden. Wanneer ze daar vertrokken werd hen verteld dat ze naar een werkkamp gingen, dit om ze tijdens de busreis stil en rustig te houden. Maar in werkelijkheid werden ze na aankomst onmiddellijk omgebracht.
Kogels waren in die tijd erg schaars. Deze werden dan ook alleen bij hoge uitzondering gebruikt. Dat zorgde er ook voor dat mensen vermoord werden op allerlei creatieve manieren. Er werd veel gebruikt gemaakt van hamers, bijlen, stokken, bamboe, en messen. Ook lieten ze mensen vaak doodbloeden nadat ze waren verwond. Ook kwamen veel vrouwen en kinderen terecht in Choeung Ek. Vrouwen werden verkracht en voor hun ogen werden hun kinderen vermoord. Kinderen en baby’s vonden er de dood door aan hun voeten te worden opgepakt en ze tegen een boom aan te slingeren.
Hoeveel mensen hier zijn omgebracht is onbekend. Wel weet men dat het er minimaal 17.000 geweest zijn. De mensen liggen onder de grond in een van de massagraven. Terwijl je over het terrein loopt, zie je regelmatig een stuk kleding uit de grond naar boven komen. Ook worden er regelmatig nog botten en tanden terug gevonden. De mensen die bij Choeung Ek ‘werken’, zorgen ervoor dat de overblijfselen van de mensen een goede plek krijgen. Choeung Ek was slechts een van de vele ‘Killing Fields’ tijdens het bewind van de Rode Khmer.
Inmiddels liep het weer tegen het eind van de middag. Bas had al een paar dagen last van erge oorpijn dus besloten we even langs een dokter te gaan. We werden door het hostel naar een polikliniek gestuurd en we werden er erg vriendelijk geholpen. Nog even langs de apotheek voor een antibiotica kuur en we konden onze tassen weer in gaan pakken. De dag erna, 24 april, zijn we vertrokken naar het zuiden van Cambodja.
En daar zijn we nu, Sihanoukville. We hadden dit ingelast omdat we hier heel makkelijk het visum voor Vietnam konden regelen. Het kost hier een paar dollar meer dan in Phnom Penh, maar dan is het klaar terwijl je wacht en ben je je paspoort niet 3 dagen kwijt. Vanmorgen zijn we dan ook naar het consulaat gegaan en we stonden werkelijk na 20 minuten weer buiten. We hebben een visum voor een maand en dat kostte ons $45 per persoon.
Het guesthouse waar we nu zitten is echt geniaal! Het is een mini-bungalowpark met 7 bungalows. Alles heeft de vorm van een mushroom (champignon). De bungalow is een grote mushroom met een rond bed en daarnaast een kleine mushroom met toilet en douche. De sfeer is hier geweldig! Overal hangen hangmatten en er wordt chill muziek gedraaid. We zitten aan Otres Beach, 6 km van het centrum van Sihanoukville. Er is hier op een paar guesthouses en wat barretjes na helemaal niks. Wanneer we de straat (zandweggetje) oversteken lopen we letterlijk het strand op. Ook hier zijn weer overal hangmatten en hele grote stoelen waar je met zijn tweeën in kunt. Bier kost nog steeds maar $1 (€0,75), dus al met al is het hier echt een paradijs. Het is dat er nog geen waterpijpen staan, maar het lijkt net op de jaren 70, echt zo’n hippie-cultuur heerst hier.
We zullen hier nog een paar dagen blijven chillen voordat we verder reizen. Misschien maken we nog een stop vlak voor de grens met Vietnam, misschien gaan we vanuit hier gelijk de grens over in een 12 uur durende busrit. We weten het nog niet. We zien het wel. Vooralsnog is de sfeer hier fijn, dus misschien blijven we hier wel een nachtje langer!
















