We worden oud... Het reistempo dat we onszelf in Java hebben opgelegd, konden we 3 jaar geleden in Azië prima aan. Nachten doorhalen of lange busritten waren geen probleem. Maar nu hebben we toch wat langer nodig om daar van bij te komen. Ach, zoals ik bij de vorige blog al eindigde; reizen is topsport. Voor het eerst deze reis kwam ons naaisetje uit onze tas tevoorschijn om onze zwemkleding in te nemen en de ietwat ongezonde reis-leefstijl in combinatie met het zweten zorgt ervoor dat de kilo's er inmiddels af vliegen...
Vanuit Denpasar was het op 31 maart na onze chill dag tijd om te vertrekken richting Java. Zo'n beetje voor ons guesthouse stopten de bemo's (mini pendel busjes) die ons naar het busstation brachten. Eenmaal bij het busstation stond de bus al klaar en 10 minuten later vertrokken we. Heel Java hebben we met het openbaar vervoer afgelegd. We zijn begonnen met de goedkope bussen die ook nog veelvuldig door de locals gebruikt worden. Zonder airco en tussen de kippen.
Het busritje van Denpasar naar Gilimanuk (waar de boot van Java naar Bali gaat) duurde zo'n 4 uur. Vooral het eerste uur duurde lang door het vele stoppen, maar daarna gingen we met een redelijk vlot tempo en niet al te veel verkeersopstoppingen naar de boot. Eenmaal bij de boot konden we gelijk door. Bus uit, kaartje kopen en de boot op. Met een klein uurtje varen waren we aan de overkant, in Banyuwangi, en werden we gelijk aangevallen door allemaal mensen die ons een tour naar de Kawah Ijen wilden verkopen. Met een gastje raakten we aan de praat, hij gaf ons zijn nummer en we moesten hem maar whatsappen als we mee wilden.
Door een bemo hebben we ons naar het guesthouse van onze voorkeur laten brengen, wat bij aankomst dus vol bleek te zitten. De eigenaar belde naar wat bevriende guesthouses, maar ook die zaten vol en hij stuurde ons naar een hotel in de buurt. Toen we daar stopten riepen ze vanaf de receptie 'FULL!' Wat een gedoe... Gelukkig hadden we nog een back-up hotel opgezocht van te voren en hebben we ons daar laten droppen. Ze bleken goedkopere kamers te hebben, zonder douche en met een niet-westers toilet. Hoe ging dat ook alweer, zo'n hurk wc...? Was het nou met je gezicht naar het gat, of met je billen boven het gat...? Dat laatste dus ;) Aangezien het maar voor een paar uur slapen was omdat we toch midden in de nacht naar de krater wilden, kozen we de goedkoopste kamer en betaalden nog geen €7,50. Inclusief ontbijt én gebruik van het zwembad.
We besloten dat gastje te appen dat we wel met zijn tour mee wilden en om 1 uur die nacht werden we opgehaald door een jeep. We pikten nog 2 Zwitsers op (die geen woord Engels konden, gezellig!) en zijn toen richting de Kawah Ijen vertrokken. Iets over 2 kwamen we aan bij de parkeerplaats en begonnen toen met onze gids in het pikkedonker aan onze wandeltocht naar boven. Er waren aardig wat toeristen, daar verbaasde ik me eigenlijk wel een beetje over. Het is geen hoogseizoen en toch wat het goed druk. Dat de weg naar boven steil en zwaar was hadden we van te voren wel gelezen. Maar hij was écht steil... Overal zaten en stonden mensen langs de kant even op adem te komen, wij zelf ook een paar keer. Nu zal het feit dat het midden in de nacht is, je weinig hebt geslapen én je jezelf daardoor slapjes voelt ook niet echt meehelpen. Als afleiding onderweg flink met onze gids gesproken die ons heel veel informatie gaf en ook op al onze vragen het antwoord wist.
Even wat achtergrond info: de Kawah Ijen is een krater in de oostelijke punt van Java. In deze krater halen mijners zwavel uit de grond die ze helemaal zelf naar beneden brengen. De 2 manden, elk aan het uiteinde van een stok, vullen ze in de krater met zwavel dat ze zelf uit de grond hakken. Deze dragen ze op de schouder eerst de krater uit, een paar honderd meter omhoog over een smal, steil pad met losse stenen en vervolgens naar beneden via een pad aan de buitenkant van de krater. Hoe voller de manden, hoe meer ze verdienen. Per lading vervoeren ze tussen de 75 en 100 kg, met uitschieters naar boven. Per kilo krijgen ze 900 rupiah, omgerekend is dat zo'n 6,5 eurocent... Voor een lading van 85 kilo krijgen ze dus ongeveer €5,50... Om 1 uur 's nachts beginnen ze aan hun eerste lading en voor 8 uur 's ochtends moeten ze eigenlijk stoppen omdat dan de wind zo draait dat de krater vol staat met zwavel rook en het mijnen niet meer mogelijk. Op een ochtend lopen ze hooguit 2x op en neer en verdienen dan dus net iets meer dan een tientje. Iedere nacht, als het pikkedonker is, hebben ze daar de zogenaamde 'blue fires'. Deze komen op 2 plekken ter wereld voor; ergens in Scandinavië en dus in Indonesië. Het blauwe vuur ontstaat doordat heet gas (600 graden Celsius) dat uit de grond naar boven komt het zwavel doet ontbranden. In het hoogseizoen is het er alleen zo druk met toeristen dat het lastig is voor de mijners om door de mensen massa heen te komen. Veel van hen worden dan gids om wat extra's te verdienen en ze proberen met zwavel gemaakte figuurtjes aan je te verkopen.
Oké, terug naar onze hike! De wandeling naar boven is ongeveer 3 kilometer. Hoe dichter we bij de top kwamen, hoe erger het naar 'rotte eieren' ging ruiken. Gelukkig zaten bij onze tour gasmaskers inbegrepen want deze hadden we echt wel nodig. Eenmaal boven aan de rand hing de lucht vol met rook uit de krater. Ondanks de gasmaskers sloeg dit op onze longen en kregen we er ook prikogen door. Voor toeristen is het verboden om af te dalen in de krater, maar zoals iedereen hadden we daar schijt aan en daalden we met onze gids af in de krater. Een pittige afdaling met veel losse stenen.
Beneden hing het vol met rook maar gelukkig konden we nog wel een aantal vlammen van het blauwe vuur zien. Na een klein half uurtje klommen we de krater weer uit. Een flinke klim, moet je nagaan als je 85kg extra op je schouder hebt! Eenmaal boven kwam de zon langzaam op, maar er hing zoveel rook dat we de zonsopkomst niet echt konden zien. Ook het blauwe meer, wat in de krater ligt, was voor ons helaas niet zichtbaar. Ik baalde hier enorm van, dat schijnt zo mooi te zijn! Maar het weer is (gelukkig!) iets was we zelf niet in de hand hebben en we zijn na een paar fotomomenten aan de rand van de krater aan onze tocht terug naar beneden begonnen. Toen we eenmaal naar beneden liepen kwamen we er eigenlijk pas achter hoe steil de weg naar boven was geweest. We moesten echt goed opletten om niet uit te glijden. Ik zei later tegen Bas; 'Het is maar goed dat we in het donker naar boven zijn gelopen en we de weg niet konden zien, als ik had gezien hoe steil het was had ik waarschijnlijk alleen maar lopen zeiken en zaniken...!' ;)
Eenmaal terug bij het hotel even het zwembad in gesprongen om het zweet van ons af te krijgen en geprobeerd om nog wat te slapen. Helaas had onze kamer ook geen waaier en was het te warm om een dutje te doen. Om 12 uur werden we opgehaald en naar het busstation gebracht. Onze bus naar Malang zou om 1 uur vertrekken. Maar de bus van 1 uur reed niet, dus werd het de bus van 2 uur. Van Banyuwangi naar Malang zou een ritje van 7-8 uur zijn. Afhankelijk van het verkeer. Het is erg bijzonder om in zo'n bus te zitten tussen alle locals. Ze vinden je allemaal speciaal en sommigen knopen een praatje met je aan, ondanks dat je niet dezelfde taal spreek. Er komen allerlei verkopers in de bus langs met hapjes en drankjes en zelfs de plaatselijke muzikanten komen de bus in en spelen een liedje om daarna met de pet rond te gaan. De bus heeft een chauffeur (die gewoon 10 uur achter elkaar reed) en een soort conducteur die voor de kaartje zorgt en de boel in de gaten houdt. Het was warm en klam in de bus en toen we tegen half 12 's avonds na een busrit van bijna 10 uur eindelijk in Malang aankwamen, hadden we het allebei ook echt helemaal gehad en waren we doodop. Om half 1 's nachts lagen we gedoucht en al in bed lagen en waren we, op een paar hazenslaapjes na, inmiddels zo goed als 24 uur wakker en onderweg.
Toen we weer wakker werden hebben we eerst een plan-de-campagne gemaakt; Hoe gaan we de Bromo vulkaan bezoeken? Eigenlijk wilden we eerst op eigen houtje richting de Bromo gaan want dit leek ons veel goedkoper, maar dit zou ons weer een paar dagen achter elkaar reizen kosten (2x 5uur in 2 dagen). We besloten te informeren wat een tour vanuit Malang kost en na een beetje rekenwerk kwamen we er eigelijk achter dat het ons ongeveer €80 in totaal zou kosten om zelf richting Bromo te gaan. De tour ging ons €90 kosten. Om onze ouwe lijven een dagje rust te geven kozen we voor de makkelijke weg en we boekten we de georganiseerde tour voor die aankomende nacht.
Om 12 uur, middernacht, werden we in de lobby van het hotel verwacht. Voor de deur stond een oude jeep met slecht-Engels-sprekende-chauffeur op ons te wachten. Een paar minuten na middernacht vertrokken we en gingen onze mede-tourgenoten ophalen. Dit keer waren ze wel gezellig. Een stel van onze leeftijd; hij kwam uit Antwerpen, zij uit Londen. Vanuit Malang was het nog ruim 3 uur rijden. Eerst een uurtje over een verharde weg, daarna zo'n 2 uur onverhard over rotsen en een grote zandvlakte die ook wel 'Sea of Sand' genoemd wordt. Het was aardedonker, het enige wat je zag waren de koplampen van alle andere jeeps in een lange colonne richting het viewpoint reden voor de zonsopkomst. Eenmaal boven bij het viewpoint vonden we nog een plekje en het werd steeds drukker en drukker. Weer zoveel mensen op de been zo vroeg op de morgen! We hebben zo'n vermoeden dat het met Pasen te maken had, maar Java is islamitisch, dus we weten niet echt zeker of ze hier wel aan Pasen doen... Het was die ochtend wat bewolkt maar uiteindelijk bij de zonsopkomst waren bijna alle wolken verdwenen en hadden we een adembenemend uitzicht over de prachtige vallei waarin de Bromo vulkaan ligt.
Na de nodige foto's liepen we weer terug naar onze jeep en werden we naar de Bromo zelf gereden. Samen met die honderden andere jeeps, wat leidde tot een serieuze verkeersopstopping boven op de berg. Een klein uurtje later waren we uiteindelijk beneden in de vallei. We kregen een ontbijtje mee en liepen over de zandvlakte naar de Bromo. Eerst een stukje over een slingerweggetje omhoog en daarna nog de 253 treden naar de rand van de vulkaan. Het was zo druk dat dit echt ongelooflijk traag ging. En iedereen vond het ook nodig om bovenaan de trap op die eerst paar meter te blijven staan. Gelukkig konden we redelijk snel boven alle mensen passeren en hebben een rustig plekje voor onszelf opgezocht voor wat foto's en zo konden we alles goed bekijken. Wat kan moeder natuur je soms toch verbazen...
Inmiddels was het iets over 9 in de ochtend toen we wegreden bij de Bromo. We reden weer over de 'Sea of Sand' heen. Nu konden we goed zien hoe groot die vlakte eigenlijk wel niet was. Allemaal jeeps scheuren langs elkaar over die vlakte heen en gaan daarbij door de nodige kuilen heen. Godzijdank had onze jeep goede vering en we konden vooral lachen om de rijkunsten van onze chauffeur. Op de terugweg richting Malang zijn we nog gestopt bij een waterval, deze hebben we wel gezien, maar echt van harte ging het niet meer. Toen we ook nog een stop gingen maken bij een tempel vonden we het alle 4 welletjes geweest en deze hebben we dan ook niet bezocht, we zijn er alleen even langs gereden. Uiteindelijk waren we om half 2 terug in het hotel, hebben toen even snel een hapje gegeten en daarna was de douche, gevolgd door ons bed, meer dan welkom. Het was weer een lange dag, maar zeker de moeite waard!
Op zaterdag 4 april zijn we om half 9 met de trein van Malang naar Yogjakarta vertrokken. We besloten de trein te pakken omdat deze er maar 7 uur over deed. Met de bus zou het minimaal 11 uur gaan duren en daar hadden we niet zo'n zin in. De treinen zijn hier echt super! De airco staat aan, maar niet heel droog of koud. Tijdens de treinrit heb ik echt uren lekker naar buiten zitten staren en genoten van alles wat voorbij kwam. We passeerden rijstvelden waarop mensen aan het werk waren, kleine plattelands dorpjes, grotere dorpen en zwaaiende kinderen op fietsjes. Iets over half 4 kwamen aan op het treinstation van Yogjakarta. Vanuit hier was het nog geen 10 minuten lopen naar de 'backpacker straat' waar de meeste guesthouses en eettentjes zitten. Hier vonden we de perfecte slaapplaats als basis voor onze laatste dagen Indonesië.
In Yogjakarta hebben we naast het bezoek aan het paleis en een wandeling over de shopping street eigenlijk niet veel gedaan. We hadden allebei last van een flinke verkoudheid + griep dus de eerste dagen hebben we op bed onder de waaier gelegen en de nodige films en tv series gekeken. 2 nachten overslaan in 3 dagen tijd gaat je dus niet in de koude kleren zitten ;) Toen we ons met tweede Paasdag weer wat beter voelden besloten we toch op pad te gaan en een brommertje te huren om richting de Borobudur tempel te rijden. We hebben onze grote tassen in het guesthouse achter gelaten en zijn met alleen 2 kleine tasjes vertrokken. Eenmaal in Borobudur hebben we gezocht naar een guesthouse zo dicht mogelijk bij de tempel gezocht zodat we het de volgende morgen in alle vroegte makkelijk konden lopen en niet super vroeg uit bed hoefden.
De sunrise was om half 5 werd ons verteld. Dus wij om iets over 4 op ons gemak naar de ingang van de tempel; tempel dicht... Maar gelukkig kwamen daar in het hulst van de nacht de behulpzame Indonesische mannetje op brommertjes tevoorschijn en zij vertelden ons waar de zonsopgang was. We hadden 2 keuzes; bij een hotel in het stadje waar alle tours heen gaan, of een klein stukje uit het dorp op een heuvel met een uitzicht over de vallei. Optie 2 was goedkoper en we sprongen achterop bij onze vrienden die ons naar de top van de berg brachten. Dit bleek een goede keuze, het was totaal niet druk! De vallei was gevuld met mist en alleen de toppen van de bomen en de Borobodur kwamen boven de mist uit. Een prachtig gezicht! (Bas heeft weer een gave timelapse gemaakt die ik weer zal toevoegen op de pagina Filmpjes) Na de zonsopgang brachten onze twee vrienden met brommertjes ons terug naar de tempel.
De tempel vonden we, om heel eerlijk te zijn, misschien een beetje tegen vallen. De entree was flink met zijn 250.000 rupiah per persoon (€18) en we hadden er eigenlijk wat meer van verwacht. De grootste lol hebben we gehad om de schoolexcursie die er was. Jongens en meiden van een jaar of 14 en allemaal willen ze met je op de foto. 'Missssss, can we selfie pleaaase?' Aangezien we alle tijd van de wereld hebben nemen we voor iedereen rustig de tijd en gaan we geduldig met iedereen op de foto. Al snel hadden we het briljante idee om zelf ook foto's te maken met de kids. Waar de GoPro en lange selfie stick allemaal wel niet goed voor zijn! Met te grappige foto's als gevolg. Meiden met duckfaces en de jongens moesten natuurlijk allemaal heel cool kijken.
Eenmaal terug in het guesthouse hebben we ontbeten. Warm. Iets waar ik echt niet aan kan wennen, nasi in de ochtend. Bas daarentegen is wat dat betreft nog net een student en eet naast zijn warme prakje ook mijn bordje leeg. We zijn uiteindelijk beide nog in slaap gevallen en schrokken iets voor 12 wakker door de wekker. Snel douchen, uitchecken en met de brommer weer terug naar Yogjakarta.
Java heeft ons positief verrast. De verhalen over Java waren niet altijd even goed. Mensen zouden achter je geld aan zitten, ze zouden toeristen vaak proberen op te lichten door ze meer te laten betalen voor het openbaar vervoer. Hier hebben we eigenlijk niks van gemerkt. Nu moet ik ook wel zeggen dat we ons altijd goed voorbereiden. Zo vragen we in onze guesthouses altijd na wat een buskaartje, ritje met de fietstaxi of bemo zou moeten kosten en zo weet je een beetje wat je kunt verwachten. Ze proberen het wel hoor, je meer laten betalen, maar met een glimlach en knipoog vanuit onze kant en zeggen dat je de echte prijs wel weet helpt eigenlijk altijd.
Indonesië zit er al weer op. Vandaag tassen inpakken en morgen, 9 april, vliegen we naar Kuala Lumpur. Hoe Maleisië en daarna er uit gaan zien weten we nog niet precies. We weten alleen dat we na een paar dagen Kuala Lumpur en omgeving een kleine week samen zullen reizen en chillen met onze vrienden Ruben en Martijn. Zij zijn op vakantie in Maleisië en, hoe 'toevallig', kruisen onze paden. Hierna staat nog niks vast voor ons. We zouden graag naar de oostkust van schiereiland Maleisië willen, maar daar hebben ze 1,5 maand geleden flinke overstromingen gehad. We weten nog niet of het al weer toegankelijk is voor reizigers en of het normale leven daar al weer een beetje op gang is. We zijn aan het overwegen misschien in plaats van oost Maleisië een paar weken naar Myanmar te gaan, maar we zijn er nog niet over uit. Wordt vervolgd dus!









Geen opmerkingen:
Een reactie posten